Uitleg competitie
De competitie wordt over bijna het hele jaar gespeeld, en wel volgens het Keizersysteem. Er wordt met de schaakklok gespeeld, en de wedstrijd moet door de spelers worden genoteerd (eventueel met uitzondering van de jongste spelers, die nog geen diploma hebben).
Alle spelers zijn ondergebracht in één groep. Aan het begin van het jaar worden zij gerangschikt naar hun sterkte in het vorige jaar.
Over het jaar worden drie cycli van negen rondes gespeeld, waarin elke speler in beginsel in elke cyclus éénmaal de negen "dichtbijzijnde" spelers in de rangschikking tegenkomt. Bij de indeling van een bepaalde ronde wordt iedere speler ingedeeld tegen de speler die op de ranglijst het dichtst bij hem in de buurt staat en die hij in deze cyclus nog niet als tegenstander heeft gehad. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de kleurvoorkeur, de spelers die zich afgemeld hebben en de andere partijen in die ronde.
De kleurvoorkeur zorgt ervoor dat een speler nooit meer dan twee keer achter elkaar met dezelfde kleur speelt en dat zijn kleursaldo nooit boven de +2 of onder de -2 komt. Het kleursaldo is het aantal keren dat je in totaal wit gehad hebt min het aantal keren dat je in totaal zwart gehad hebt. Als je afwisselend wit en zwart hebt blijft je kleursaldo dus steeds in de buurt van 0.
Als je een tegenstander voor de tweede keer treft (in de tweede cyclus), dan heb je de andere kleur vergeleken met de eerste partij.
De ranglijst wordt wekelijks opgemaakt op basis van de Keizerscores. De berekening van de Keizerscore is niet zo ingewikkeld, maar toch vaak lastig uit te leggen. Om rekening te houden met de sterkte van de spelers krijgt iedere speler een waardecijfer toegekend op basis van zijn plaats op de ranglijst: de nummer één heeft een waardecijfer 60, de nummer twee heeft 59, de nummer drie heeft 58 en zo verder. Als je nu een partij wint, dan krijg je voor je Keizerscore het waardecijfer van de tegenstander erbij. Speel je remise, dan krijg je de helft van zijn waardecijfer en verlies je, dan krijg je geen punten erbij. Zo is een overwinning op nummer 1 veel meer waard dan een overwinning op (bijvoorbeeld) nummer 8.
Iemand die zich heeft afgemeld krijgt een derde van zijn eigen waardecijfer erbij, iemand die zonder afmelden wegblijft nul punten, iemand die wel aanwezig is maar geen partij heeft (omdat er een oneven aantal spelers is of omdat zijn tegenstander niet komt opdagen) krijgt 100% van zijn eigen waardecijfer. Wie op de clubavond een partij speelt voor de externe competitie krijgt 70% van zijn eigen waardecijfer.
Aan het begin van het de competitie krijgt iedereen 3 maal zijn eigen waardecijfer aan punten. De nr. 1 krijgt dus 3x60 = 180 punten, de nr. 2 krijgt 3x59 = 157 punten. Dit is om de sterkere spelers ook na een verliespartij, een tegenstander van zijn eigen niveau te geven en niet iemand die net begint. Deze punten worden in de loop van het seizoen er weer afgehaald, om iedereen een even grote kans te geven.
Tot hier valt het nog goed te begrijpen. Maar iedere week verandert de ranglijst. Wie de ene week 7e stond kan een week later 4e staan en dus ook een ander waardecijfer hebben. Nu is het zo dat de Keizerscores van alle spelers ook wekelijks worden herberekend voor deze nieuwe waardecijfers. Als je in het begin van de competitie van deze speler (die nu drie plaatsen gestegen is) gewonnen hebt, dan wordt je Keizerscore dus gecorrigeerd met drie punten. Maar een andere tegenstander van je is misschien wel twee plaatsen gezakt en ook dat wordt verwerkt. Per saldo is je Keizerscore van deze week als volgt te berekenen: neem je Keizerscore van vorige week, tel daarbij op je prestatie van deze week en verwerk dan alle correcties (positief en negatief) van je eerdere resultaten. Het saldo van die correcties varieert in de praktijk tussen 10 en -10.
De grote groep bestaat uit twee subgroepen, waarbij iemand uit de ene groep wel kan spelen tegen iemand uit de andere groep. Halverwege het jaar is er een prijsuitreiking, met prijsjes voor de beste 3 van elke groep. De hoogste drie van groep 2 gaan naar groep 1. Maximaal de laatste 3 uit groep 1 gaan naar groep twee, afhankelijk van het aantal deelnemers op dat moment. Aan het eind van het jaar zijn er prijsjes voor de beste 3 in elke groep van het tweede halfjaar. En de beste 3 van het hele jaar, waarbij de nr1 over het hele jaar clubkampioen is.